Reformatorisch Dagblad, 22 juni 2007

Vaste prijs voor energie pakt ongunstig uit


Enkele honderdduizenden omarmden het aanbod om de prijzen voor stroom en gas een aantal jaren vast te zetten. Door energieschaarste konden de kosten immers alleen maar stijgen? Niet dus. Nu de tarieven dalen, zitten deze consumenten met een ongunstig contract in hun maag.

Energiebedrijven schroefden recent de tarieven naar beneden. Zo is per 1 juli een gemiddeld huishouden ongeveer 85 euro goedkoper uit, becijferde Essent. Dat is goed nieuws voor veel mensen.

Consumenten met een vasteprijscontract zullen zich nog eens achter de oren krabben. Zij kozen in een tijd van oplopende olieprijzen voor een meerjarig vast tarief. De enkele waarschuwende geluiden -de Consumentenbond betitelde het product als „klantenbinder”- sloegen ze in de wind. Wie bijvoorbeeld vorig jaar een contract afsloot, zou pas voordeel hebben bij een prijsstijging van minimaal 30 procent.

Nu de prijzen dalen pakken de contracten alleen maar ongunstiger uit. Volgens Paul van Selms van United Consumers missen consumenten het juiste inzicht. „Ze willen zekerheid en dekken risico’s af. Daar staat echter wel een premie tegenover. Veel mensen hebben geen idee hoe hoog die kosten zijn.”

De oprichter van United Consumers -een internetcollectief met een kwart miljoen leden dat korting bedingt op stroom-, telefoon- en brandstofproducten- hekelt de voorstelling van zaken door energieleveranciers. „In campagnes vertelden ze dat de prijs alleen maar omhoog kon. Dat vind ik niet zo netjes. Bovendien is een vaste prijs relatief: belastingen, transport- en netwerkkosten vallen buiten de garantie.”

Volgens Van Selms wisten energiebedrijven heel goed dat de prijs zou gaan dalen. „Door het afsluiten van langlopende contracten weet een leverancier al voor een groot deel hoe duur de energie over een aantal jaren is. Bovendien daalde de olieprijs op het moment van de reclamecampagnes eind vorig jaar. Het is een bekend gegeven dat deze beweging zich vertaalt in de prijs van aardgas.”

Van Selms onderbouwt zijn theorie met de prijsvorming begin dit jaar. „Op dat moment lagen de variabele en vaste prijzen op een gelijk niveau. Dat klinkt interessant voor de consument: net zo duur en toch die zekerheid. Maar de variabele prijs moest wel dalen, omdat bij een vast contract altijd een premie wordt berekend. De energiebedrijven trekken nu aan het langste eind.”

Een klant kampt per definitie met een informatieachterstand, vindt Van Selms. Alleen als de prijscurve een bodemniveau bereikt, kan een vaste prijs voordeel bieden. „De kans dat je op het juiste moment instapt is erg klein. Alleen degenen die in 2004 en 2005 dit product hebben afgesloten, springen er wellicht goed uit. Op dat moment was het product echter nog niet zo populair.”

Woordvoerster Anneloes van der Voort van Essent spreekt niet tegen dat een vaste prijs nadelig is nu de tarieven dalen, maar vergelijkt het contract met een hypotheek. „Daar zet je de rente vast, zodat je weet hoeveel je iedere maand kwijt bent. Onze zekerheidsgarantie geeft duidelijkheid over de energiekosten voor een periode van drie jaar. Onze klanten die in 2004 instapten hebben absoluut voordeel gehad.”

Van der Voort -over verkoopaantallen contracten doet ze „uit concurrentieoverwegingen” geen mededelingen- ontkent dat Essent klanten eenzijdig heeft voorgelicht. „We hebben netjes uitgelegd dat prijzen kunnen stijgen en dalen.”

Van Selms van United Consumers ziet wel voordeel in een decennialang lopend contract. „Op lange termijn laat de schaarste zich gelden. De tijdspanne van drie jaar is echter simpelweg te kort om deze ontwikkeling te overbruggen. Dan moet je eerder denken aan veertig jaar, dat zou een optie zijn. Energiebedrijven zullen daar echter nooit aan beginnen.”