Inkomensgrens zorgtoeslag

Iedereen die in Nederland woont, dient een zorgverzekering af te sluiten: de basisverzekering. Om tegemoet te komen in de maandelijkse kosten van de zorgverzekering, biedt de overheid een vergoeding. Dit kennen wij als de zorgtoeslag. Ruim 5 miljoen Nederlanders verdienen minder dan de inkomensgrens en ontvangen daarom deze zorgtoeslag. Op deze pagina ontdekt u of u hier recht op heeft en zo ja, hoe u zorgtoeslag aanvraagt.

Zorgtoeslag inkomen

Of u zorgtoeslag ontvangt is afhankelijk van uw inkomen. Heeft u het minimuminkomen, dan ontvangt u als alleenstaande maximaal € 99 per maand en als u een (toeslag)partner heeft maximaal € 192 per maand. Naargelang u meer verdient, wordt de zorgtoeslag lager. Wie tegen de inkomensgrens aan zit, kan op maximaal € 30 per maand (alleenstaanden) of maximaal € 124 (met partner) per maand rekenen.

Jaar Inkomensgrens zonder partner Inkomensgrens met partner
2016 € 27.012 € 33.765
2017 € 27.857 € 35.116
2018 € 28.720 € 35.996
2019 € 29.562 € 37.885

Toetsingsinkomen zorgtoeslag

Om te bepalen of u in aanmerking voor de zorgtoeslag komt, hanteert de Belastingdienst een toetsingsinkomen. Dat is het jaarinkomen waarover u aangifte doet – van uzelf als u alleenstaande bent of van uw partner en u samen als u samenwoont en elkaars toeslagpartner bent.

Om preciezer te zijn is het toetsingsinkomen het totaal van uw brutoloon, aftrekregelingen, pensioen en andere uitkeringen, zoals de AOW. Het toetsingsinkomen is het totaal van de inkomsten die u in box 1, 2 en 3 van uw belastingaangifte heeft staan.
Let ook op dat er voor de zorgtoeslag een grens voor uw eigen vermogen geldt. Voor 2019 staat die vastgesteld op € 114.776 voor alleenstaanden en € 145.136 voor samenwonenden.

Inkomen wijzigt

Verandert uw inkomen gedurende het jaar, bijvoorbeeld omdat uw salaris hoger wordt of uw baan juist opzegt, dan is het belangrijk om die wijziging zo snel mogelijk door te geven bij de Belastingdienst. Wacht u hier te lang mee, dan loopt u het risico geld mis te lopen (bij een dalend inkomen) of geld terug te moeten betalen (bij een stijgend inkomen). Lees bij de Belastingdienst hoe u zo’n wijziging doorgeeft.